|
Commercial
Cars Ltd.
In 1905 werd door een
groep enthousiastelingen de firma Commercial
Cars Ltd. opgericht.
In hetzelfde jaar kwam al een eerste truck met 4 ton laadvermogen met
ijzeren wielen en
kettingaandrijving van de productielijn.
In 1913 wordt het model RC met 32 pk zijklepmotor en
laadvermogens tussen
1 en 7 ton gemoderniseerd
door een aandrijf-(cardan)as te monteren i.p.v.
de kettingaandrijving. In 1925 werd Commercial Cars
overgenomen door
Humber Ltd. en in 1928 treedt Humber en dus ook Commer toe tot de Rootes
Group.
In 1932 werd Hillman toegevoegd en in 1934 Karrier. De invloed van Humber, Hillman en Karrier was
merkbaar op de constructie
van de Commer bedrijfswagens.
De 2267 cc, 4 cilinder Humber Hawk zijklepmotor uit 1933, werd in de
vijftiger jaren gemoderniseerd tot
een kopklepper.Deze motor met verchroomde cilinderwanden werd tot 1979 geleverd in vele
modellen!
De Hillman Minx 6 cilinder motor werd eveneens in vele typen gemonteerd.
In 1954 kwam een
revolutionaire Rootes TS3 dieselmotor in productie.
Deze horizontale 3 cilinder Tilling Stevens tweetakt motor heeft 6
tegenover elkaar geplaatste zuigers,die
via tuimelstangen de onderliggende
krukas aandrijven. De 3260 cc motor heeft een mechanische turbo
en levert
105 pk. De motor is zuinig, loopt als een vlotte benzinemotor, maar is
onderhoudsgevoelig.
Naast deze motor werden ook dieselmotoren van o.a. Perkins en standaard
Motor geleverd.
In 1960 kwam de kleine 1500/2500 gesloten bestelwagen op de markt.
Destijds de kleinste bestelwagen die ook met een 2,2 liter dieselmotor
leverbaar was.
Op basis van deze wagen werden in Engeland fraaie klein campers met een
hefdak gebouwd die nog
steeds in gebruik zijn. In 1964 fuseerde Rootes met het Amerikaanse Chrysler,
waardoor de
productie van Commer/Karrier en Dodge GB bedrijfswagens werd samengevoegd.
Daardoor werden ook sommige Commerwagens onder de naam Dodge verkocht.
In 1976 verdween de naam Commer definitief. Eind 1978 valt het doek over
alle activiteiten van de
Chrysler Corporation in Europa. De noodlijdende Europese tak wordt verkocht aan
Peugeot /Talbot.
Niet veel
later gaat het slecht draaiende bedrijf over aan Renault bedrijfswagens.
Rootes
Group.
William Rootes was geen
welgestelde man maar een fietsenmaker in Hawkhurst in Kent.
Hij geloofde dat zijn beide zoons hun carričre moesten starten met een
goede opleiding
en stuurde ze naar de Cranbrook School.
Tegen de tijd dat ze de school zouden verlaten op 16 jarige leeftijd,
stelde hij voor om een autoagentschap toe te voegen aan zijn fietsenzaak.
Geen van de beide zoons wenste in de familiezaak te gaan. Ieder ging zijn
eigen weg.
William Edward begon als stagiaire bij Singer Moters Ltd., de zaak waarvan
hij later de eigenaar zou worden.
Gedurende de oorlog van 1914-1918 diende
hij als luitenant in de RNVR. In 1917 werd hij gedemobiliseerd
om een
werkplaats op te zetten voor het repareren van vliegtuigmotoren.
De oorlog was echter al voorbij voordat deze in vol bedrijf was. Hij neemt
dan contact op met zijn broer
Reginald om samen een bedrijf voor de autoverkoop te beginnen, de firma Rootes Ltd..In 1919 werd het bedrijf
gevestigd in Maidstone, het begin van een succes story. In het Londense
West End werden in 1926 de eerste
kantoren en showrooms geopend. Onder de
bekwame leiding van William Edward werd Rootes de grootste auto
distributiemaatschappij in Europa. Tijdens de grote economische crisis van
de dertigerjaren verwierven zij een
aandeel in Hillman car Co.
En in Humber Ltd.,waartoe ook Commer
bedrijfswagens hoorde. Deze drie bedrijven waren
vastgelopen
op ouderwetse productiemethoden.
De gebroeders Rootes grepen hun kans om hun ideeën in de praktijk te
brengen. In 1931 werd de nieuwe
Hillman Wizard geďntroduceerd als auto
voor de wereldmarkt. Een groot succes werd de Hillman Minx
die in 1932 op
de weg kwam. De volgende bedrijven werden in deze tijd aan de groep toegevoegd:
Karrier
Motors, Clement Albot, Britisch Light Steel Pressing en Sunbeam Motor Co..
Deze bedrijven bleven de bestaande modellenreeks produceren, hoewel
sommigen meenden dat de
namen
Hillman,Humber, Talbot en Sunbeam niet meer mochten worden gevoerd.
Deze politiek werd
voortgezet tot in 1967 Chrysler het bedrijf overnam. Na de tweede
wereldoorlog werd de
export van Rootes in Amerika o.a., sterk opgevoerd.
Tussen de jaren 1950 en 1962 steeg de export van enkele
miljoenen dollars
tot ruim 300 miljoen dollar per jaar.
In
1959 begon een kleine groep arbeiders van Light Steel Pressing Ltd.
regelmatig staken.
Een stel jonggehuwden uit de nachtdienst wilden in de dagdienst werken.
Het werkoverleg vlotte kennelijk
niet zo goed en een staking was het gevolg. “The Honeymoon Strike”.
Deze breidde zich uit tot 1500
werknemers. Ondanks algemeen gewaardeerde goede wil van de familie
Rootes waren er op
1 september 1961 inmiddels al 82 stakingen geregistreerd. Het begin
van het einde.
Op 30 september 1964
kondigde Lord William Edward Rootes aan dat drie vertegenwoordigers van de
Chrysler Cöorporation het bestuut van Rootes Motors Ltd. zou bezoeken om
over een fusie te praten.
Op 4 juni 1965 werd de overname van aandelen
bekend gemaakt.
In maart 1967 stapte Sir Reginald uit het bedrijf, Geoffry nam zijn plaats
in als voorzitter.
Chrysler stelde Gilbert Hunt aan als directeur met de taak om wat er nog
resteerde van het eertijds zo
bloeiende Rootes imperium, weer op de been
brengen.
|